The impostor syndrome…
en hoe je er vanaf komt
Wanneer val ik door de mand? Dat is in één zin het gevoel wat het impostor syndrome het beste omschrijft. Ik ben zeker niet de eerste en ook zeker niet de laatste die hier iets over schrijft, maar dit fenomeen is zo hardnekkig bij veel promovendi, dat ik het wel moet benoemen. Dus here we go…
Van de promovendi die ik gecoacht heb, benoemde het merendeel dit zelf ergens gedurende onze gesprekken: “Ik heb last van het impostor syndrome.” Voor wie deze term niet kent; het impostor syndrome of impostor phenomenon (oplichterssyndroom / het gevoel een bedrieger te zijn, in het Nederlands) is het gevoel dat je de wereld voor de gek houdt: je bent helemaal niet zo slim en capabel als mensen denken. Een dezer dagen ga je écht door de mand vallen, en zien ze dat je eigenlijk niks kan. Je hebt een soort masker op of jasje aan van de geslaagde, hard werkende jonge professional, maar in wezen maak je er maar een potje van. Totale onzin, uiteraard – en toch herkenbaar voor velen.
Het impostor syndrome werd al in 1978 voor het eerst beschreven, met name om het gevoel van vrouwen op hoge (academische) posities te karakteriseren. Kenmerken zijn dat je succes toeschrijft aan geluk of je er schuldig over voelt, graag de beste wil zijn, last hebt van perfectionisme en/of ongemakkelijk wordt van complimenten over je prestaties. Het komt veel voor bij de overstap van het studerende naar het werkende leven – misschien heb je altijd goede cijfers gehaald en krijg je snel het predicaat “slim” toegewezen, maar moest je er enorm hard voor werken. Hierdoor kun je zelf het gevoel krijgen dat je juist niet zo slim bent, en het alleen maar lijkt. Op het moment dat je een eerste versie van een paper naar je begeleiders stuurt, zit je met zwetende handjes te wachten. Nu zullen ze vast ontdekken dat die intelligentie alleen maar bluf was, en je eigenlijk prutwerk aflevert.
Het impostor syndrome heeft meerdere nadelen. Ten eerste zorgt het voor een constant gevoel van spanning: “Wanneer wordt de ware ik ontdekt?” Ten tweede kan het verlammend werken; als je bang bent voor kritiek, zul je niet zo gemotiveerd zijn om daadwerkelijk iets af te leveren waar kritiek op kan komen. Je gaat uitstellen of smoesjes bedenken. Het tegengestelde patroon kan ook optreden: je gaat je een slag in de rondte werken om het zo goed mogelijk te doen. De motivatie voor je werk komt niet meer voort uit jezelf, maar uit angst. En laten we nou allemaal weten dat angst een slechte raadgever is… Als je elke keer bang bent voor negatieve feedback, en deze blijft uit, volgt kort de opluchting. Maar als je niks doet met de onderliggende reden voor dat gevoel, zal het toch steeds weer terugkeren. Het promotietraject is bedoeld om jezelf te ontwikkelen als onderzoeker, en meer vertrouwen te krijgen in jezelf als wetenschapper, maar ook als mens. Het zou erg jammer zijn als je tijdens je verdediging nog steeds bang bent om door de mand te vallen.
Gelukkig is er iets aan te doen! Neem veel sessies af bij mij, bijvoorbeeld. Of eigenlijk, doe maar niet… misschien ontdek je dan wel dat ik ook een impostor ben… 😉 Daarom hierbij vast wat tips die je zelf kan toepassen. Op PsyNed (Psychologen Nederland) worden de volgende stappen genoemd:
- herken je gedachten / impostor neiging
- trek deze gedachten in twijfel
- vergelijk je zelf niet met anderen
- breng je behaalde successen in kaart
- zoek hulp
Allemaal makkelijker gezegd dan gedaan, juist voor degene met de sterkste impostor gevoelens. Daarom hier een concretere invulling van deze stappen / alternatieve manieren om ernaar te kijken. Ik noem deze oefening Bezweer de Boeman. Een boeman kan verschillende vormen aannemen om te representeren waar iemand het meest bang voor is (denk aan Harry Potter) en kan verslagen worden door hem uit te lachen. Dat is precies het doel van deze oefening.
- Vergroot de gedachten uit totdat het volslagen belachelijk is. Hiervoor moet je soms even doordenken. Waar ben je precies bang voor? Wat gaan ze ontdekken over jou? Bijvoorbeeld “Ik ben niet zo goed in statistiek – ik weet niet wat een gemiddelde is”
- Verplaats jezelf even in een vriend(in)/partner/familielid en probeer een serieus gesprek met jezelf te voeren over hoe bang je bent dat het uitkomt. Geef er een gradatie aan: hoe erg is het als dit ontdekt wordt? Gaan ze je contract dan niet verlengen? Vergaat de wereld? Kun je nooit meer iets publiceren? In het geval van het gemiddelde, ja, behoorlijk gênant, je kan uitgelachen worden – maar je bent niet meteen je baan kwijt.
- Zodra je op iets grappigs komt, een metafoor, een beeld, maakt niet uit: hou dat vast! Dit wordt je anker. De volgende keer dat je last hebt van impostor gedachten of gevoelens kun je aan je anker denken. Je kan er een afbeelding van maken/opzoeken en ergens opslaan; op je telefoon plakken of op je werkplek hangen. Je kan bijvoorbeeld een normaalverdeling tekenen met jezelf op de top van de berg met grote vraagtekens op je hoofd.
Misschien is de eerste stap al erg lastig – hoe verder je doordenkt, hoe moeilijker het wordt om goed te benoemen waar je bang voor bent. Dat is goed! Want hoe bang ben je er echt voor, als je het niet eens concreet krijgt?
Werkt het bezweren van de boeman altijd? Ja en nee. Het hoogste doel van deze oefening is niet om je impostor syndrome weg te krijgen. Dat zal van tijd tot tijd onvermijdelijk de kop opsteken. Het hoogste doel is je realiseren dat jij de kracht hebt om die gedachten aan te pakken, waardoor je je ervan bewust wordt dat het slechts gedachten zijn. Jij bent geen bedrieger, je denkt alleen maar dat je een bedrieger bent. Je kan dus ook oefenen om iets anders te denken.
Lastig om dit zelf te doen? Laat het me weten en ik coach je er doorheen!
Oefening: Zelf bedacht. True story. Werkte het voor jou? Ik hoor het graag! Alle tips zijn welkom.
Terminologie: impostor en imposter is allebei goed; in lekentaal (aka social media) wordt het vaak imposter syndrome genoemd, in de wetenschappelijke literatuur vaak impostor phenomenon.
Bronnen:
- Wikipedia voor de termen impostor / imposter syndrome / phenomenon en boeman.
- Voor de tips van PsyNed: https://www.psyned.nl/blog/imposter-syndrome-5-tips-hoe-je-ermee-omgaat/
- Eerste publicatie: Clance, P. R.; Imes, S. A. (1978). The Impostor Phenomenon in High Achieving Women: Dynamics and Therapeutic Intervention. Psychotherapy: Theory, Research & Practice, 15 (3), 241–247.
- Recente review: Bravata, D. M., Watts, S. A., Keefer, A. L., Madhusudhan, D. K., Taylor, K. T., Clark, D. M., … & Hagg, H. K. (2020). Prevalence, predictors, and treatment of impostor syndrome: a systematic review. Journal of General Internal Medicine, 35, 1252-1275.